Ikonostasie

Houses Of The Holy

Het zal iedereen die regelmatig op vakantie is op Corfu, of waar dan ook in Griekenland, zijn opgevallen dat het hele eiland bezaaid is met zogenaamde heiligenhuisjes (door mij zo genoemd, in werkelijk heten ze Ikonostasie – Ikoon = Heilig, Stasie = Gedenkplaats). Kleine vierkante kastjes van uiteenlopend formaat en materiaal, rustend op een sokkel en variërend van zeer luxe tot goedkoop en vervallen. Doen ze in ieder geval nog dienst als vogelhuisje, merkte mijn vrouw eens op.
Zo’n huisje is door de nabestaanden van een verkeersslachtoffer op de plaats van het ongeluk neergezet. Het hoeft overigens niet altijd een dode te zijn die vertegenwoordigd wordt door zo’n huisje. Het kan ook een dankteken zijn als het slachtoffer het overleefd heeft. Dan staat er geen kruis op. De meeste kapelletjes zijn echter met kruis, wat impliceert dat er op Corfu heel wat te betreuren valt. Ook als het huisje geen kruis heeft, is er alle reden voor rouw. Vanwege de erbarmelijke staat van veel ziekenhuizen in Griekenland prefereren de meeste slachtoffers de dood. De kleine huisjes worden onderhouden door familie zolang het in hun vermogen ligt.

Het is voor de gelovige Griek – en dat zijn ze allemaal, al laten ze er niet veel van merken – heel belangrijk om op de plaats van het ongeval een dergelijk huisje op te trekken. Dat heeft alles te maken met de lange reis naar boven. Feit is dat het huisje voorzien is van alle hulpmiddelen die een overledene zich maar kan wensen: eten en drinken, kaars- of lamplicht, boeken, een foto van zichzelf zodat hij zich voor de geest kan halen hoe hij er op dit ondermaanse uitzag en wat andere persoonlijke voorwerpen waar hij tijdens zijn aardse bestaan aan gehecht was. Mits van klein formaat zodat ze in het huisje passen. Een PlayStation of X-Box heb ik nog niet gezien, net zomin als mobiele telefoons en CD-walkmans, maar verder kan je er van alles tegenkomen. Dit alles achter een raampje uitgestald, zodat oprukkend vocht en andere weerselementen geen kans hebben. Het lampje – meestal op olie gestookt – moet altijd brandende blijven, vandaar dat er soms een olievaatje achter het huisje staat.

Wat opvalt als je de foto’s bekijkt die in de huisjes hangen is dat het altijd om jongens of jonge mannen gaat. Ik heb tenminste niets anders kunnen ontdekken en ik heb er heel wat gezien (en gefotografeerd). Misschien is het ongebruikelijk om voor meisjes een huisje op te richten, of die rijden wellicht wat voorzichtiger. In de haantjescultuur die ook Griekenland niet vreemd is, gok ik er echter op dat meisjes het blijkbaar niet waard zijn om een huisje voor op te richten. Een meisje is namelijk geen stamboomhouder.
Nu hebben dood en leven natuurlijk ons aller aandacht als sterfelijk mens, dus ik sta wel eens op mijn gemak zo’n huisje te bekijken en dan denk je: weer een jong leven dat geofferd is op het Altaar van de Grote Haast. En je bent blij dat het geen bekend gezicht is, laat staan het gezicht van je eigen kind. Want het zal je jong maar wezen!

Je komt die dingen dus, zoals gezegd, overal op het eiland in groten getale tegen. Vooral op bergweggetjes met diepe afgronden en bochtige trajecten zweeft je hoofd – mijn hoofd dan – van links naar rechts en weer terug naar de kleine monumenten, opgetrokken voor grote drama’s. Ook op kruispunten en in onoverzichtelijke bochten kijk je je ogen uit. Het is vooral de hoeveelheid huisjes die mij aan het denken heeft gezet. Want ondanks dat het heilige-huisjes-park zich nog altijd in zorgwekkend tempo uitbreidt, rijdt de Griekse bloem der natie onafgebroken alsof de duivel ze op de hielen zit. Op de door (olijf)olie glad geworden en slecht onderhouden wegen word je in je auto regelmatig ingehaald door in badkledij gestoken jeugd op scooters en andere gemotoriseerde tweewielers, die je tijdens het passeren enigszins bevreemd aankijken waarom je maar tachtig rijdt. Vaak gaat het goed. Ik heb het gelukkig (nog) niet mee hoeven maken dat de passanten het volgende moment levenloos om een boom gevouwen lagen, of een afgrond inreden. Maar de vele huisjes zijn stille getuigen van de keren dat het niet goed afliep.
Ook de iets oudere jeugd van Corfu die zich inmiddels met een auto mag verplaatsen, laat zich niet onbetuigd. Jonge Grieken storten zich – vaak met flink wat drank op – met ware doodsverachting en hoge snelheid van Corfu’s hellingen en bergwanden af. Radio op volle sterkte, blik op nonchalant en het linker armpje achteloos buitenboord bungelend vliegen ze laag over Corfu’s wegen, te pas en te onpas andere weggebruikers inhalend. Niet wetend wanneer voor hen de teller ophoudt en zich er ogenschijnlijk ook niet druk om makend. En je denkt: Vreemd.

Nu heb ik eens een alleraardigst boekje gelezen over de Grieken en hun kenmerkende eigenschappen en dat biedt tot op zekere hoogte toch wel een verklaring. De gemiddelde Griek – hoe nonchalant ogend ook – maakt zich erg druk om zijn imago ten opzichte van het andere geslacht, aldus het boekje. Dus weet de jeugd van Corfu al vroeg dat er een beeld bestaat van de stoere en roekeloze Griek, door vrouwen geadoreerd en bewonderend gadegeslagen. Daar behoort hij aan te voldoen wil hij serieus genomen worden. En daar kan je niet vroeg genoeg aan beginnen, aldus de Griekjes.
Roekeloos rijgedrag op gevaarlijke wegen draagt natuurlijk prettig bij aan de vorming van zijn mannelijkheid, of moeten we zeggen aan zijn goddelijkheid? Want zo voelt hij zich, als hij met duizelingwekkende snelheid op een scherpe bocht met daarachter slechts de gapende muil van een afgrond afschiet, gadegeslagen door hoofdschuddende medeweggebruikers, jonge meisjes en vrienden. God op een scooter, bouwend aan zijn reputatie.

Er lijkt voor de Griekse haantjes slechts één overtreffende trap van stoerheid te zijn en dat is om daadwerkelijk te verongelukken. Een andere, zinniger verklaring kan ik niet vinden in het onverantwoordelijke weggebruik van de jeugdige Grieken. Als je eenmaal opgenomen bent in de rijen van helden die je vanuit de heiligenhuisjes vanaf een foto aankijken, dan is het ultieme doel bereikt: onsterfelijkheid. Je bent dan wel dood, maar er wordt wel een openbaar monument(je) ter nagedachtenis opgetrokken. Speciaal voor jou! Voor iedereen goed zichtbaar, op de plaats waar je je laatste heldendaad uitvoerde en je leven een eind nam. Dat je familie in rouw en schuldgevoel achterblijft is allemaal best wel jammer, maar ondergeschikt aan het slagen van zijn missie: zijn leven geven en opgenomen worden in de rijen jeugdige verkeersslachtoffers met een persoonlijk gedenkteken.

Laatst stond ik weer even te kijken in een vrij nieuw huisje nabij een gevaarlijk kruispunt. Gezien de uiterlijke staat van het huisje stond het er nog niet lang. Kakelvers, alles nog nieuw, levende bloemen en een voortdurend brandend lampje. Ook de foto van een jonge fris ogende knaap was nog in perfecte conditie. We keken elkaar recht in de ogen en hij leek te zeggen: ik heb het gehaald. Heb jij het lef om mij te volgen naar het sterrendom?