Ontdekkingsreis

Wie wel eens in Restaurant Dionysos in Afionas is geweest, herinnert zich wellicht de grote luchtfoto’s van onder andere Porto Timonei. Het wordt ook wel de tweelingbaai genoemd, omdat twee strandjes met hun rug tegen elkaar liggen, slechts gescheiden door een hoger gelegen reepje groen. Heel bijzonder hoor.

Aan de ene kant kijk je langs wat rotspartijen over de Georgiosbaai naar het kustplaatsje waarnaar de baai vernoemd is. Op het andere strandje valt je gezicht open als je vanuit de kleine hemelsblauwe baai een schitterende blik vergund wordt op de Diapontia eilanden, noordwest van Corfu gelegen.
Wat mij echter zo intrigeert aan die plek, is dat hele schiereiland erachter! Op de foto ziet het eruit als een ondoordringbare massa groen, maar daar wil ik me eigenlijk zelf een keer van overtuigen. Het lijkt mij geweldig om na zweten, zwerven en zwoegen op de uiterste westpunt van Corfu te arriveren met het idee dat maar weinigen daar voet gezet hebben. Misschien leeft daar wel een nog niet ontdekte stam koppensnellers. Of een alles verterend gruwelijk monster waarvan de mens nog niet weet. Dus besloot ik op een mooie dag met een goede vriend de stap te wagen.

Of we het schiereiland helemaal in de rondte kunnen lopen, vraag ik aan Vassilis, de vriendelijke eigenaar van Dionysos Restaurant, schitterende gelegen boven de Georgiosbaai. Wij gaan op ontdekkingsreis namelijk, weet je? ‘Absolutely no problem!’, is het ferme antwoord. Met een plechtig gebaar reikt hij ons beiden een fles koel water aan. Voor de gemiddelde Griek valt elk traject dat hij niet met de auto kan afleggen buiten zijn reikwijdte. Mensen die dermate veel moeite gaan doen om een moeilijk bereikbaar stukje rotsstrand op te zoeken, houden voor hem het midden tussen een heilige en een krankzinnige. Vooralsnog houdt hij ons op het eerste, want hij zwaait ons devoot uit. Met de belofte dat we aan het eind van de wandeling bij hem komen eten, begeven we ons op weg, het smalle klauterpad op dat bij het restaurant begint. Op weg naar de eerste halte van het traject, Porto Timoni.

Al snel bevinden we ons in een onwerkelijke stilte. Wat heet stilte? Geen blaffende honden, langsrazend verkeer, gelach van toeristen, bellende mensen. Slechts onze hijgende ademhaling na het beklimmen van een nieuwe rotspartij, het geritsel van een lizzard in de struiken of een opspringend vogeltje. En vlinders? Die maken geen herrie. Tweehonderd meter beneden ons kabbelt de rustige branding van de Georgiosbaai. Verder niets.
Omdat we ons gek kieken op het smalle slingerpad, vorderen we langzaam maar gestaag. Er is zoveel te genieten op het rotspad dat het soms wel eens gevaarlijk is. Het zou me niet verbazen als een van ons zo opgaat in het fotograferen dat hij niet in de gaten heeft dat hij een misstap maakt en met een rauwe kreet in een kloof of afgrond verdwijnt. Nou ja, dan ben je toch maar genietend aan je einde gekomen. Positief denken.

Na een uur klauteren en klimmen krijgen we een eerste blik op de Porto Timoni. Echt een heel mooi idyllisch plaatje. Twee baaien strijden om het predicaat paradijselijk. Het zou me niet verbazen als we straks een grote zak Bounty op een van de stranden vinden. Zo’n tafereel is het ja. Misschien staat er wel een cameraploeg opnamen te maken van een weelderige zongebruinde blondine in hemelsblauwe bikini die net een wellustige hap van zo’n kokosreep neemt. Waarna ze een diepe zucht slaakt en roept dat ze haar hele leven daar wil blijven wonen. Zo is het bij mijn vrouw en mij tenslotte ook begonnen.
Wanneer we eenmaal de groenstrook tussen beide strandjes betreden, is er geen levend wezen dan een krabbetje dat snel het prachtige zilte nat van de baai zijlings in loopt. Beter maar, we willen natuurlijk niet van ons doel afgeleid worden. Visioenen hebben we van genezende bronnen, wonderlijke diersoorten, mystieke rotswanden en nooit betreden stranden. Nu kunnen we in alle rust even op adem komen en de innerlijke mens versterken met wat koel klokkend water. Lekkerder dan het duurste bier, ik zweer het!
Na duizend foto’s op beide strandjes genomen te hebben, bestijgen we het pad dat ons naar de meest geheimzinnige en verlaten plekken van Corfu zal leiden. Het pad is oneffen, hard en bonkig, net als het leven. Maar dat maakt het nou juist zo aantrekkelijk.

Nog maar net de bocht om komt ons een zijpad onder ogen wat stijl omhoog loopt. We zijn benieuwd wat er achter de rotswand te zien is, maar we bedwingen onze nieuwsgierigheid en besluiten ons pad te blijven vervolgen. Het zou ons niet verbazen als we op dit punt uitkomen nadat we straks het schiereiland gerond hebben.
We houden er de pas in en vorderen gestaag, al is er heel veel fraais te fotograferen. De begroeiing wordt woester en het zou ons niet verbazen zo nu en dan reptielen van verschillende aard weg te zien schichten. Wat ons wel verbaast, is dat we de kustlijn niet kunnen volgen. Een rondje maken lijkt vrij onwaarschijnlijk.
Of toch? Ineens komen we bij een splitsing. Rechtsaf wordt het pad moeilijker begaanbaar. Het is zwaar overwoekerd met planten en struiken. Het mag de naam pad nauwelijks dragen. Linksaf is niet veel beter, maar toch. We gaan dus zuidwaarts. Na enkele minuten klimmen en ploegen zien we in de verte een metershoog kruis staan. Er zal daar toch geen kerk opgericht zijn? Hoe moeten al die Griekse huisvaders hier op zondagochtend hun gade voor de deur afzetten om daarna spoorslags naar het kafeneion te gaan? Snel worden we uit de droom geholpen.

We lopen tegen een kapelletje op, moeizaam in de rotswand uitgehouwen. Bizar! Met een hele santenkraam binnen, kandelaren, stoeltjes, kaarsen, iconen en noem maar op.
Later zouden wij vernemen dat het kapelletje twee eeuwen geleden gebouwd is door een geduldige pappas die niet van veel aanloop hield. Nou, dat zal hij niet veel gehad hebben op deze plek. Een nijver type overigens, want op enige afstand bouwde hij ook nog eens een huis met enig comfort, aldus de Griekse meneer die het kan weten.

Alles leuk en aardig, maar hier kunnen we niet verder. Het kapelletje heeft geen achteruitgang en hoe we ook zoeken voor een doorgang, het is the End of the River. We moeten dus blijkbaar toch de andere kant op bij de tweesprong.
Een enorme spin die op neushoogte hangt, lijkt ons duidelijk te willen maken dat het hier niet pluis is, dit is geen echte doorgang. Maar we laten ons niet zomaar met een kluitje in het riet sturen, wij hebben een missie! Dus gaan we voor de spin op de knieën en kruipen een paar meter alvorens het pad weer enigszins begaanbaar wordt. Al snel komen we bij het huis van Nikos de Nijvere, de bouwvakkende pappas. Compleet ingestort. Het dak ligt verspreid over de complete oppervlakte van het huis, ramen worden volledig overwoekerd door plantengroei, er staat geen binnenmuur meer overeind. Zware eiken balken steken als overwinningsteken nog fier omhoog, maar verder lijkt er nauwelijks een steen op de andere meer te staan. Een flinke hoop stront onder een van de ramen duidt op bezoek van een levend wezen, maar het ras kan ik aan de vorm niet ontdekken. Hond, kat, slang? Demon in bokkengedaante? Ik weet het niet, maar een ding is zeker, hier eindigt de reis. Het is over, er is geen pad meer. Langzaam worden we bewust van het gruwelijke feit dat wij niet te voet het schiereiland kunnen ronden. De uiterste rotsstrandjes en lagunes van westelijk Corfu zullen wat ons betreft hun geheimen dus nooit ontsluieren. We moeten terug.

Liters zweet later zitten we op het terras van Dionysos zwijgend te genieten van het fantastische uitzicht over de Georgiosbaai. Twee mooi beslagen flessen Mythos staan binnen handbereik geduldig te wachten. Ik blijf het zeggen, water is lekkerder. Maar dit mag er ook zijn! Hoe goed is het als vrienden na een pittige tippel een biertje drinken.
Ah, daar komt Vasillis al aan met een blad vol dampende lekkernijen. Wat zal dat smaken, na alle vermoeienissen en indrukken van deze dag. Ik vertel hem dat we een heel eind gekomen zijn, maar dat onmogelijk is om het schiereiland te ronden omdat we moesten omkeren bij een kapelletje. Hij kijkt mij triomfantelijk aan en schudt glimlachend zijn hoofd: ‘Is not possible! No passthrough after monestry!’, roept hij en begint zijn dienblad te legen.
Het eten smaakte er niet minder om.